CAO voor Uitzendkrachten en AVV lopen af, wat nu?

De huidige CAO voor Uitzendkrachten loopt tot en met 31 mei. Ook de algemeen verbindend verklaring (AVV) loopt tot en met die datum. Wat betekent dit in de praktijk? Marcel Reijmers Door Marcel Reijmers, Directeur FlexKnowledge De laatste dag van de looptijd van de CAO voor Uitzendkrachten komt eraan, namelijk 31 mei 2021 en er is nog niet direct zicht op een nieuwe cao. Normaliter hoeft dat geen probleem te zijn, want de algemeen verbindend verklaring kan sinds enkele jaren vrijwel automatisch worden verlengd en dan blijft de cao eigenlijk gewoon geldig. Deze keer is dat anders Voor die automatische verlenging gelden echter wel enkele voorwaarden en daaraan wordt nu niet voldaan, omdat de vakbonden de CAO voor Uitzendkrachten hebben opgezegd. Dat betekent nogal wat, zeker als je geen lid bent van ABU of NBBU. In dit artikel ga ik in op de belangrijkste gevolgen. Wat betekent Algemeen Verbindend Verklaard (AVV)? Een cao wordt gesloten tussen vertegenwoordigers van werkgevers (meestal brancheorganisaties) en werknemers (vakbonden). Als je als uitlener lid bent van ABU of NBBU, moet je de cao altijd toepassen. Om te voorkomen dat er vervolgens oneerlijke concurrentie op arbeidsvoorwaarden ontstaat, vragen cao-partijen bijna altijd om een Algemeen Verbindend Verklaring bij de Minister van SZW. Als die het verzoek inwilligt, geldt de cao vervolgens voor álle werkgevers en werknemers in die sector. In het geval van de CAO voor Uitzendkrachten is dat voor álle uitzenders en hun werknemers. Dus ook voor de detacheerders die zichzelf geen uitzendbureau vinden, maar het volgens de wet toch zijn…. Maar weer niet voor payrollwerknemers, want daarvoor gelden vrijwel alle bepalingen uit de cao van de opdrachtgever. Wat zijn de gevolgen voor leden van ABU en NBBU? Voor deze uitleners verandert er niets. De bestaande cao blijft ongewijzigd van toepassing op lopende en nieuwe arbeidsovereenkomsten. Als er een nieuwe cao komt, zal die ook weer van toepassing zijn. Dat komt omdat de leden van ABU en NBBU gebonden zijn aan de CAO voor Uitzendkrachten, omdat de werkgeversorganisaties ABU en NBBU namens hen deze cao hebben afgesloten. Wat zijn de belangrijkste gevolgen voor niet-leden? Voor niet-leden is niet zozeer het aflopen van de cao relevant, maar vooral het feit dat de AVV niet wordt verlengd. Zou de AVV wél worden verlengd, dan zou er ook voor hen niets veranderen zolang de AVV doorloopt. Nu de AVV 1 juni afloopt, vallen de niet-leden terug op de wettelijke bepalingen. Dat zijn dan vooral het Burgerlijk Wetboek voor het arbeidsrecht (geen fases meer, maar na 26 weken drie contracten in drie jaar) en de WAADI voor de beloning. Dat heeft verstrekkende gevolgen: de werknemer heeft niet langer alleen recht op de 6 elementen van de inlenersbeloning, maar op álle primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden, dus bijvoorbeeld ook winstdeling en eindejaarsuitkering. En door het niet meer mogen gebruiken van het fasesysteem zal de werknemer veel sneller voor onbepaalde tijd in dienst (moeten) komen. Het is echter niet zo, dat je op 1 juni een knop om kunt zetten en dan alles uit de CAO voor Uitzendkrachten kunt vergeten. Wat het échte gevolg is, hangt er vooral vanaf hoe je de arbeidsovereenkomsten hebt opgesteld. Lopende arbeidsovereenkomsten op 1 juni De meest voorkomende situatie is dat in de arbeidsovereenkomst letterlijk is opgeschreven dat de CAO voor Uitzendkrachten van toepassing is (en dus blijft). Dat heet ook wel het ‘incorporatiebeding’. Dan verandert er in de praktijk (in principe) niets totdat de overeenkomst van rechtswege eindigt. Het ‘in principe’ staat er niet voor niets. De dames en heren juristen en ook rechters, verschillen namelijk van mening in hoeverre je na het aflopen van een AVV nog af mag wijken van driekwart dwingend recht. Dat zijn wettelijke bepalingen waar je bij cao van mag afwijken. Concreet: 78 weken fase a/1/2 i.p.v. de 26 uit de wet en de inlenersbeloning die slechter is dan de beloning die volgt uit de WAADI. Als je geen verwijzing naar de CAO voor Uitzendkrachten hebt opgenomen, of de verwijzing hebt gekoppeld aan het AVV-zijn van de cao, dan val je per 1 juni ook voor de lopende overeenkomsten direct terug op het Burgerlijk Wetboek en de WAADI. Dat betekent in de praktijk hogere loonkosten en de vertaalslag van het fasesysteem naar het ketensysteem. Zolang de werknemer nog geen 26 weken in dienst is, is er meestal weinig aan de hand, maar als het langer is, is de kans dat het van rechtswege een overeenkomst voor onbepaalde wordt, reëel. Als je in de overeenkomst specifieke arbeidsvoorwaarden hebt benoemd, zoals bijvoorbeeld 25 vakantiedagen en 8,33% vakantiegeld, dan houdt de werknemer daar recht op. Ook kun je zijn loon niet ineens naar beneden aanpassen als er geen AVV meer is. Nieuwe arbeidsovereenkomsten vanaf 1 juni Op deze overeenkomsten is de CAO voor Uitzendkrachten niet van toepassing, ook niet als je ernaar verwijst in de arbeidsovereenkomst. Je moet belonen volgens de WAADI en zodra de werknemer meer dan 26 weken heeft gewerkt, zul je de vertaalslag moeten maken naar het reguliere ketensysteem. Hoe heet wordt deze soep nu echt gegeten? In de bijna 27 jaar dat ik in het vak zit, heb ik bovenstaande situatie al vele malen voorbij zien komen. De gevolgen zijn al die tijd op papier niet veranderd. Maar ik zie ook wel dat geen enkele uitlener die geen lid is van ABU of NBBU zich iets aantrekt van wel of geen cao en wel of niet AVV. Iedereen blijft de cao gewoon toepassen, ook na 1 juni. Praktisch gezien kan ik me dat heel goed voorstellen, al was het alleen maar omdat de softwarepakketten in onze branche zo’n overgang van ABU naar BW/WAADI en een paar maanden daarna weer terug naar ABU niet aankunnen. En hoe ga je dan om met de beloning die in de tussentijd hoger is geweest. Ga je die dan weer verlagen naar inlenersbeloning? Voor de SNCU hoef je in zo’n AVV-loze periode als niet-lid (helaas) ook niet bang te zijn, want over zo’n periode mogen ze bij niet-leden niet controleren. Theoretisch is het risico echter enorm. Misschien wel zo enorm, dat niemand het aandurft om op grotere schaal de extra beloning en het contract voor onbepaalde tijd te claimen. Ik ben het de afgelopen 27 jaar in ieder geval nog nooit tegengekomen. Dus als zich een medewerker meldt die het nodige claimt na 1 juni, regel het dan snel en netjes en ga over tot de orde van de dag. Maar er is gelukkig een hele simpele en praktische oplossing om het risico te voorkomen. Wordt gewoon lid van ABU of NBBU, zodat je zeker weet dat je altijd rechtsgeldig de CAO voor Uitzendkrachten kunt toepassen. Wil je meer weten over dit onderwerp? Neem dan contact op met me! Marcel Reijmers Directeur Flexknowledge
flexnieuws
04-05-2021 08:30