Concurrentiebeding niet bedoeld om werknemers te behouden

Een werkgever probeert een werknemer te behouden door hem te houden aan zijn concurrentiebeding. In een kort geding gaat de kantonrechter opnieuw in op de bedoeling van een concurrentiebeding. De zaak Een bewindvoerder is sinds 2017 in dienst van een stichting. In zijn arbeidsovereenkomst staat een concurrentiebeding dat inhoudt dat de werknemer na afloop van zijn dienstverband voor een periode van twee jaar niet zonder toestemming werkzaam mag zijn bij een concurrent binnen een straal van 30 kilometer van de vestigingsplaats van de werkgever. Op schending van dit beding staat een boete van 600 euro per dag. Op 1 november 2018 treedt de werknemer in dienst bij een concurrent. De werkgever houdt de werknemer aan zijn concurrentiebeding en vordert bij de kantonrechter, in een kort geding, een boete van 27.500 voor overtreding ervan. De werknemer vordert op zijn beurt, in reconventie, schorsing van het concurrentiebeding dan wel matiging van het concurrentiebeding en matiging de eventuele boete. De kantonrechter De kantonrechter wijst de vorderingen van de werkgever af en wijst de vordering van de werknemer toe. Na een afweging van belangen van partijen oordeelt de rechter dat de werkgever onvoldoende heeft onderbouwd dat er bij de overstap concurrentiegevoelige informatie bekend wordt bij de nieuwe werkgever. De rechter schorst het concurrentiebeding met ingang van 1 november, tot het moment dat er een uitspraak is in een bodemprocedure. De werkgever gaat hier tegen in hoger beroep. Het hof Het hof bekrachtigt de uitspraak van de kantonrechter. Omdat dit een kort geding is, doet de rechtbank, en het hof in hoger beroep, een voorlopige uitspraak. Daarbij is het richtsnoer het te verwachten oordeel in een bodemzaak over de kwestie. Verder is er in een kort geding geen plaats is voor uitgebreide bewijslevering. In deze zaak moet het hof beoordelen of het voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure de vordering tot nakoming van het concurrentiebeding zal worden toegewezen. De rechter kan namelijk een concurrentiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen als de werknemer onbillijk wordt benadeeld door het beding. Bedrijfsdebiet beschermen De werkgever stelt dat de rechter het bedrijfsdebiet dat de werkgever door het concurrentiebeding wil beschermen, onjuist heeft opgevat. De werkgever zegt dat de bewindvoerders haar bedrijfsdebiet zijn. Door het plotselinge vertrek van één van de twee bewindvoerders naar de grootste concurrent wordt zij in haar bedrijfsdebiet geraakt. Zij heeft nu niet meer voldoende personeel om nieuwe bewindvoeringen van de rechtbank te aanvaarden. Het hof verwerpt dit betoog. Het bedrijfsdebiet bestaat uit opgebouwde knowhow en goodwill. En een concurrentiebeding is bedoeld om dat te beschermen en niet om werknemers te binden aan het bedrijf. Het concurrentiebeding beschermt tegen de aantasting van het bedrijfsdebiet door een overstap en niet tegen het vertrek en indiensttreding bij een concurrent an sich. Het is logisch dat een werknemer in zijn functie kennis en ervaring op doet en bij zijn vertrek die kennis en ervaring meeneemt. En het is ook logisch dat een nieuwe werkgever profijt heeft van de kennis en ervaring van de werknemer, oordeelt het hof. Maar dat betekent niet dat de werkgever bij het vertrek van die werknemer in zijn bedrijfsdebiet wordt aangetast. In dit geval is heeft de werkgever niet onderbouwd dat er een bijzondere werkwijze is, die de concurrent voordeel oplevert  als hij daarvan kennis neemt. De werknemer had een uitvoerende functie en geen kennis van bijzondere werkwijzen. Sterker nog, benoemingsprocedures,  kwaliteitseisen en de tarieven zijn voor deze branche wettelijk vastgelegd. Het belang van de werkgever bij handhaving van het concurrentiebeding is daarmee beperkt. De werknemer daarentegen heeft wel een belang bij een vrije arbeidskeuze, zeker nu de nieuwe baan voor hem een positieverbetering oplevert. Het hof concludeert dat het belang van de werknemer bij ontheffing uit het concurrentiebeding groter is dan het belang van de werkgever bij handhaving. In de praktijk Een concurrentiebeding moet een werkgever beschermen tegen een oneerlijke concurrentie als gevolg van een overstap van een werknemer naar een concurrent. Het beding moet voorkomen dat dat de ex-werknemer bij zijn nieuwe werkgever of bedrijf gebruik kan maken van zijn opgedane kennis van unieke bedrijfsprocessen of van klantgegevens. Het beding is zeker niet bedoeld om werknemers voor het bedrijf te behouden. Hof Arnhem, ECLI:NL:GHARL:2019:7739, 24 september 2019 JurisprudentieDit artikel komt tot stand in samenwerking met XpertHR, de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie >>> Het bericht Concurrentiebeding niet bedoeld om werknemers te behouden verscheen eerst op XpertHR Actueel.
xperthr
30-01-2020 12:26