Gepensioneerde werknemer krijgt vergoeding na slapend dienstverband

Een bijna gepensioneerde werknemer met een slapend dienstverband vraagt – zonder succes – om beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst met een transitievergoeding. Van het hof moet de werkgever de inmiddels gepensioneerde werknemer nu alsnog een schadevergoeding van 77.000 euro betalen. Compensatie door UWV behoort misschien nog tot de mogelijkheden, zegt het hof. Wat eraan voorafging Een onderwijsondersteuner is sinds 2014 arbeidsongeschikt. Hij krijgt vanaf 2016 eerst een WGA-  en later een WIA-uitkering. In 2017 en in 2019 vraagt hij zijn werkgever zijn slapende dienstverband te beëindigen onder toekenning van een transitievergoeding. Dat wil de werkgever niet. Op 1 september 2019 eindigt de arbeidsovereenkomst toch, maar op grond van de cao en zonder transitievergoeding. De werknemer heeft namelijk de AOW-leeftijd bereikt. De werknemer stapt naar de rechter om daar alsnog een vergoeding ter hoogte van de transitievergoeding te vorderen. Hij meent dat de werkgever in strijd met het goed werkgeverschap heeft gehandeld. De rechter wijst zijn vorderingen in april 2019 af, omdat er geen verplichting is tot het beëindigen van een slapend dienstverband. Maar in hoger beroep oordeelt het hof anders. Bij het hof In hoger beroep vraagt de werknemer om een schadevergoeding ter hoogte van de transitievergoeding: 77.000 euro. De werkgever voldeed niet aan de verplichtingen van goed werkgeverschap door de arbeidsovereenkomst niet te willen beëindigen met een transitievergoeding. Daardoor heeft de werknemer schade geleden. Die schade is gelijk aan de hoogte van de transitievergoeding. Het hof verwijst naar de uitspraak van de Hoge Raad. Die heeft in november 2019 uitgelegd dat een werkgever op grond van goed werkgeverschap moet instemmen met een voorstel van de werknemer tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst met een transitievergoeding. Als de werkgever een gerechtvaardigd belang heeft bij het in stand houden van de arbeidsovereenkomst, is er soms reden voor een uitzondering. Maar volgens de Hoge Raad is zo’n belang niet het feit dat de werknemer bijna met pensioen gaat. De werkgever had hier volgens het hof ook geen belang bij het in standhouden van het dienstverband, afgezien het niet hoeven betalen van de vergoeding. De weigering om te beëindigen is een toerekenbare tekortkoming van de werkgever en die moet daarom – kort gezegd – een schadevergoeding betalen. De werkgever voert nog aan dat hij nu geen aanspraak kan maken op compensatie, maar het hof gaat daaraan voorbij. Als de werkgever op tijd had voldaan aan de verplichting om in te stemmen met beëindiging, had zij ook aanspraak kunnen maken op die compensatie. Dat de werkgever dat niet heeft gedaan is voor eigen rekening en risico. Overigens denkt het hof dat er nog wel de mogelijkheid bestaat dat de werkgever alsnog compensatie krijgt van UWV, gezien de bedoeling van de wet. Maar die beslissing is natuurlijk aan UWV. De werknemer krijgt alsnog zijn 77.000 euro schadevergoeding en de werkgever moet nog even afwachten of hij dat bedrag gecompenseerd krijgt. In de praktijk Deze uitspraak is relevant voor werkgevers die een verzoek van een destijds bijna gepensioneerde werknemer tot beëindiging van een slapende dienstverband hebben afgewezen. Ook al is de werknemer dus inmiddels met pensioen, er blijft op basis van deze uitspraak een mogelijkheid dat de werknemer alsnog een vergoeding van de ex-werkgever komt vorderen.  Uitspraak: ECLI:NL:GHSHE:2020:31, 9 januari 2020. Het bericht Gepensioneerde werknemer krijgt vergoeding na slapend dienstverband verscheen eerst op XpertHR Actueel.
xperthr
13-01-2020 16:33