Wab, een blessing in disguise

Uitzenden anders positioneren in het licht van de Wab Column door Steven Gudde Ik zal ongetwijfeld niet de enige zijn geweest die moest slikken bij het bestuderen van de inhoud van de Wab (Wet arbeidsmarkt in balans). Wat een enorm lelijk monster wordt ons als sector door de strot geduwd. De ‘ze zijn gek geworden’ en ‘ze brengen een sector om zeep’ en ‘dit is het einde van payroll’ waren dan ook niet van de lucht. Want hoe moeten wij hier nu mee omgaan? Veel is nog ongewis en de werkelijke uitwerking van de wet is op veel wijzen uitlegbaar. En dan ook nog zonder overgangsrecht en wel met elementen die per direct gelden en met ingang van de wet op 1 januari 2020 met terugwerkende kracht kunnen worden geclaimd. Koolmees mag dan van een partij zijn die vaak mijn stem krijgt. In dit geval, is het mijn vriend niet. Mijn eerste reflex was er dan ook een van verzet met een onbedwingbare behoefte om tegen iedereen die het horen wil de tekortkomingen van deze wet uit te leggen als het gaat over zzp, overgang van uitzendkrachten, doorleenconstructies, payroll, oproeptermijnen. Om vervolgens te betogen dat de wet precies het tegenovergesteld gaat bereiken van wat de wetgever voor ogen heeft. En dat het vooral allemaal duurder wordt. Reflex De eerste brieven van collega’s heb ik al langs zien komen, waarbij onder het mom van de Wab een eerste tariefaanpassing wordt uitgevoerd. Ongetwijfeld zitten veel branche-collega’s heel hard te rekenen over wat de tariefconsequenties van de wet gaan zijn en wat de verhoging moet gaan worden om dit allemaal te financieren. En daarmee doen we precies wat we altijd doen. We brengen de wet als in een reflex terug tot een kosten- en tariefdiscussie. Een hoek waar we wat mij betreft net iets te vaak terechtkomen. Natuurlijk is de wet op onderdelen een monster en hebben nog maar half zicht op hoe het uiteindelijk allemaal gaat uitwerken. Verschillende drama’s sluit ik niet uit. Maar ook zie ik wat anders. Uitnodiging De intentie van de wet is er één waar je het vooral mee eens kan zijn. Op onderdelen is flexibilisering wellicht ook doorgeschoten. Net zoals de heiligverklaring van het vaste dienstverband ook langzaam dogmatische trekken begint te krijgen. We hebben inderdaad een arbeidsmarkt nodig waar we een nieuwe balans vinden tussen gewenste flexibilisering en gewenste zekerheid. Dat vraagt om anders denken en andere mechanismen. De minister maakt hierbij de keuze om het contractuele verschil tussen een flexibele en vaste aanstelling te verminderen, door het verschil in kosten voor de verschillende dienstverbanden voor de werkgever/inlener te verkleinen. Dat je het werkelijke verschil tussen vast en flex niet vermindert door het contract zelf, maar de maatschappelijke en sociale context te veranderen, lijkt volledig aan de minister voorbij te gaan. Maar dat terzijde. Ook de minister maakt dat de discussie rond werk lijkt te draaien om kosten. Maar je kan de wet ook zien als een uitnodiging aan de uitzendbranche en aan alle partijen die een flex-dienstverlening leveren. Als flex en vast in kosten naar elkaar toe groeien, dan moet je als dienstverlener aan kunnen tonen waarom inzet van flex wel zinnig is en van waarde blijft. Zonder dat je je vlucht zoekt in allerlei constructies om kosten te drukken. Zegen Dit is het moment dat we als sector worden aangesproken om de waarde die we hebben voor maatschappij, organisaties en economie concreet te maken. En dat zonder dat we daarvoor het uurtarief als vehikel gebruiken. Dit is het moment dat we moeten laten zien waar we voor staan. Op onderdelen zal de sector zijn eigen dienstverlening tegen het licht moeten houden en moeten herontwerpen. Wat doe je bijvoorbeeld wanneer jouw waarde voor de klant is gelegen in extreem snel op- en afschalen, terwijl je vanuit de Wab wordt geconfronteerd met het feit dat oproepkrachten minimaal vier dagen van de voren moeten worden opgeroepen? Hoe combineer je hier flexibiliteit en zekerheid? En hoe principieel gaan we zijn als het aankomt op de invulling en uitvoering van de allocatiefunctie die het verschil bepaalt tussen uitzenden en payroll. En hoe gaat men in de sector om met verrekening van transitievergoedingen en de effecten van sectoraal verlonen? De Wab lijkt, mogelijk onbedoeld, een scherprechter voor een sector, bij wie nu de handschoen ligt om aan te tonen dat die voor iedereen waarde heeft in de BV Nederland. Wie vertaalt de wet enkel in een kostprijsdiscussie, wentelt de consequenties af of zoekt zijn heil in allerlei aanvullende regelgeving? Wie wordt er slachtoffer van de eigen reflex? Of wie plukt de vruchten? Bij wie blijken principes wat waard? Wie vindt de eigen dienstverlening op onderdelen opnieuw uit? Ik ben benieuwd hoe het landschap er over iets meer dan een jaar uitziet. Die partijen die een echte stap voorwaarts maken, zullen profiteren van deze wet, net zoals hun klanten en uitzendkrachten. Een wet die dan misschien wel eens een zegen zou kunnen blijken te zijn voor de sector. Steven Gudde Directeur Bidmanagement en Business Development bij Olympia Uitzendbureau Zie ook Het arbeidsmarkt spoorboekje van minister Koolmees Payroll verdwijnt helemaal onder de WAB De waarde van uitzenden vandaag met het oog op morgen
flexnieuws
16-07-2019 14:37