50 jaar minimumloon van kracht

Op 23 februari 2019 is het vijftig jaar geleden dat het wettelijk minimumloon van kracht werd. Het percentage werknemers dat het minimumloon verdient, daalde in de eerste decennia na invoering. Daarna lag het een tijdlang stil. In 2017 werd iets meer dan 6 procent van de werknemersbanen betaald volgens het minimumloon. Dat meldt het CBS. Hoogte minimumloon meestal in lijn met cao-lonen Het eerste wettelijk minimumloon was 611,70 gulden per maand, oftewel 277,58 euro. Vanaf 1 januari 2019 geldt voor voltijders een minimum van 1.615,80 euro. Voor deeltijders geldt een minimumloon naar evenredigheid van hun arbeidsduur. In de meeste jaren geldt er een minimumloon voor de eerste en voor de tweede helft van het jaar. Koppeling lonen en uitkeringen Vanaf midden jaren negentig loopt het minimumloon in de pas met de cao-lonen. Omdat het minimumloon de grondslag vormt voor een aantal uitkeringen zoals de bijstand en de AOW, spreekt men hierbij van de koppeling tussen lonen en uitkeringen. De ontwikkeling van het minimumloon (en de cao-lonen) ging iets sneller dan die van de prijzen. Vanaf de invoering tot 2018 is het minimumloon 5,7 keer zo hoog geworden. De consumentenprijzen werden in deze periode 4,8 keer zo hoog. Meeste minimumloonbanen in verhuur, zakelijke diensten, horeca In de verhuur en overige zakelijke diensten zitten met 14 procent relatief de meeste banen op het minimumloon. Binnen deze groep bevinden zich de uitzendkrachten. Ook in de horeca zitten met ruim 10 procent relatief veel banen op het minimumloon. Bedrijfstakken met relatief zeer weinig minimumloonbanen zijn de delfstoffenwinning en de energievoorziening. Ook in bedrijfstakken als de industrie, de bouw en het onderwijs werken minder mensen tegen het minimumloon dan gemiddeld. Bron: CBS, 22 februari 2019
flexnieuws
22-02-2019 09:00