Werknemer werkt niet mee aan re-integratie, wat dan?

Werknemer werkt niet mee aan zijn re-integratie, wat dan? In mijn praktijk word ik nog wel eens gevraagd een door UWV opgelegde loonsanctie te beoordelen. De onvrede bij de werkgever is dan dat hij zelf van alles heeft gedaan om tot een oplossing te komen, maar dat de werknemer naar zijn mening niet heeft meegewerkt of in ieder geval (veel) te passief is gebleven. Of de WIA-aanvraag (inclusief het re-integratieverslag) te laat heeft ingediend en de werkgever daardoor langer loon moet doorbetalen. Ik begrijp zo’n reactie wel, maar hoe zit het eigenlijk? De wetgeving Hoewel de wet uitgaat van geen arbeid, geen loon, kent dit uitgangspunt de nodige voorwaarden en uitzonderingen. Zo behoudt de werknemer zijn recht op loon als de oorzaak van het niet kunnen werken in redelijkheid voor rekening van de werkgever komt (de mogelijkheid van uitsluiting van loondoorbetaling zoals die in de cao voor uitzendkrachten is vastgelegd laat ik maar even buiten beschouwing). Geen arbeid maar wel loon geldt ook wanneer de werknemer arbeidsongeschikt is, in ieder geval de eerste twee jaar. Maar daar zijn wel voorwaarden aan verbonden en ook die zijn wettelijk vastgelegd. Het is allemaal te vinden in de artikelen 627-629 van boek 7 van het BW. De voorwaarden De loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid is een kostbare zaak voor de werkgever, zeker als dat voor langere tijd geldt. De wetgever heeft destijds (in 2004) voor deze financiële prikkel gekozen, onder meer als reactie op het echec van de WAO – bijna één miljoen uitkeringsgerechtigden. Maar dan mag van de werknemer ook in redelijkheid worden verwacht dat hij meewerkt aan zijn herstel, zich houdt aan de voorschriften en regels en actief mee werkt aan de re-integratie. Zeker als het langdurig verzuim betreft en de oplossing om adequate maatregelen vraagt. Ook dat is te vinden in het hiervoor genoemde artikel 629 van boek 7 van het BW met een verwijzing naar artikel 658a van hetzelfde boek 7. Beide partijen zijn aan zet. Hoe het werkt in de praktijk Als de werknemer niet meewerkt, dan heeft hij geen recht op loondoorbetaling. En hoeft de werkgever het loon niet te betalen, zolang die situatie zich blijft voordoen. Zo geformuleerd, lijkt het erop dat het (tijdelijk) niet betalen van loon door de werkgever wel mag maar niet moet. Dat pakt dus anders uit wanneer UWV de re-integratie-inspanningen bij de WIA-aanvraag na twee jaar beoordeelt. Of bij overdracht aan UWV bij einde van het contract waarbij de arbeidsongeschiktheid 10 weken of langer heeft geduurd. Als de werknemer niet of onvoldoende heeft meegewerkt, wordt het de werkgever aangerekend wanneer deze de betaling van het loon niet heeft gestaakt. Een gemiste kans om de zaak ‘los te trekken’ zo is het oordeel van UWV. Overigens ook van de rechter, als deze een ontslag moet beoordelen wegens het niet meewerken van de werknemer. De valkuilen Het niet betalen van loon is een voor de werknemer ingrijpende maatregel die niet zonder de nodige zorgvuldigheid kan. Allereerst wordt het gebrek aan medewerking soms verward met een verschil van mening. Bijvoorbeeld tussen werkgever en werknemer of tussen werknemer en bedrijfsarts. Afhankelijk van het meningsverschil kan er een deskundigenoordeel worden aangevraagd bij UWV, zowel door de werkgever als door de werknemer. En is de werknemer het niet eens met het oordeel van de bedrijfsarts, dan kent de Arbowet sinds juli 2017 de mogelijkheid voor de werknemer een second opinion aan te vragen bij een andere bedrijfsarts. Is dat niet aan de orde, dan is mijn advies om er alles aan te doen de werknemer op andere gedachten te brengen en gezamenlijk naar een oplossing te zoeken. En als dat niet wil lukken, de werknemer duidelijk, het liefst bij herhaling, te wijzen op de mogelijke consequenties. En dat ook schriftelijk vast te leggen. Ik wens iedereen, werkgevers en werknemers, toe dat het zover niet hoeft te komen. Jaco Coster is zelfstandig consultant en auteur van de boeken ‘Als de werknemer verzuimt’ en ‘Verzuim en Beter’.
flexnieuws
14-01-2019 09:30