Aanpak knelpunten sectorindeling

Nu verandert er nog niets voor de uitzendbranche Op 29 juni stuurde Minister Koolmees een brief naar de Tweede Kamer, waarin hij per direct enkele maatregelen in liet gaan die het wijzigen van de sectorindeling verder beperken. De maatregelen komen op het volgende neer: De sectorindeling kan nog wel op verzoek van de werkgever worden gewijzigd, maar niet meer met terugwerkende kracht. Voorheen kon dat tot maximaal 5 jaar terug. Bij (kennelijk) misbruik kan de Belastingdienst wel nog steeds met maximaal 5 jaar terugwerkende kracht wijzigen; Een nieuwe gesplitste aansluiting is niet meer mogelijk; Nieuwe concernaansluitingen zijn niet meer mogelijk; Bestaande situaties worden gerespecteerd. Wat het gevolg daarvan is voor uitleners is een vraag die afgelopen weken vaak aan mij werd gesteld. Het antwoord is voor de verandering een keer héél eenvoudig: helemaal niets! Door de wijzigingen van 24 mei 2017 was de bestaande situatie rondom de sectorindeling van uitleners namelijk al min of meer bevroren. Uitleners die een indeling in een vaksector hadden, mochten hem houden en nieuwe verzoeken werden niet meer toegekend. Nieuwe uitleners komen per definitie in sector 52 en als er bij bestaande gevallen iets wijzigt (om welke reden dan ook), volgt ook bij hen zonder pardon indeling in sector 52 voor de hele vennootschap. Daar doen de nieuwe maatregelen dus niets aan af, maar ze voegen ook niets toe. Wij merken overigens dat de Belastingdienst actiever controleert en soms rücksichtslos én met vijf jaar terugwerkende kracht de sectorindeling wijzigt naar sector 52. Het onderzoek daarnaar is helaas soms niet erg grondig. Voor de uitleners die zich hiermee bij ons meldden, hebben wij door onze jarenlange ervaring met dit onderwerp de naheffingen snel weer van tafel gekregen. Maar er komt wel zwaar weer aan… De voorstellen in de Wet Arbeidsmarkt in Balans zijn veelomvattend. Er is nog weinig écht concreet, maar de impact van de verschillende maatregelen voor de uitleensector lijkt mij groot en vooral ook kostprijsverhogend. Ik pak er nu twee onderdelen uit. Mijn visie op de voorstellen rondom payrolling bewaar ik tot na de vakantie. Vanaf 2020 verdwijnt de Premie Sectorfonds zoals we die nu kennen en wordt hij voor alle werkgevers hetzelfde. Wel komt er een hoge premie voor contracten langer dan een jaar en een lage premie voor contracten korter dan een jaar. Aan het gebruik van die lage premie zijn sinds 1 januari 2018 voorwaarden verbonden en mijn inschatting is dat de meeste uitleners daar niet aan kunnen of willen voldoen. Dat zal vergeleken met veel reguliere werkgevers dus een hogere kostprijs betekenen. In de brief werd in een bijzin geschreven dat op termijn ook de sectorale differentiatie voor de Werkhervattingskas verdwijnt. Voor álle kleine werkgevers in Nederland wordt dat dus dezelfde premie en voor (middel)grote werkgevers is die afhankelijk van de individuele schadelast. Als alle andere premies voor alle werkgevers hetzelfde zijn, wordt het verschil in de kostprijs van arbeid dus vooral bepaald door het ziekteverzuim ná het dienstverband. Andere verschillen in de kostprijs van arbeid tussen werkgevers ontstaan dan vooral door pensioenpremie en secundaire arbeidsvoorwaarden. En hoewel StiPP goedkoper is dan veel andere pensioenregelingen, blijft de premie Werkhervattingskas voor uitleners waarschijnlijk relatief hoog en het is de vraag hoe dat uitpakt. Voor nu helpt alleen verzuimbeheersing! De brief van minister Koolmees heeft op dit moment geen invloed op de sectorindeling van uitleners. Zijn plannen voor de toekomst zijn echter van grote invloed. De belangrijkste (en enig overgebleven) variabele in de kostprijs voor álle werkgevers wordt straks de individueel bepaalde Werkhervattingskas, want alle andere sociale verzekeringspremies worden voor álle werkgevers gelijk. De hoogte van de premie Werkhervattingskas in 2020 wordt gebaseerd op het verzuim van dit jaar. U heeft dus nog een half jaar dat aan te pakken en daarmee werkt u gelijk aan een goede start voor de jaren daarna. Perfecte verzuimbeheersing wordt dé bepalende factor van de kostprijs. Ik roep dat al jaren en daarom is FlexKnowledge samen met ARTRA een van de initiatiefnemers van keesz, een arbodienst alléén voor de flexbranche. Meer weten over keesz of onze andere dienstverlening die ingewikkelde wet- en regelgeving vertaalt naar bruikbare praktijk? Neem dan contact met mij op! Marcel Reijmers, directeur FlexKnowledge
flexnieuws
11-07-2018 15:13