Bullshit jobs

Vroeger waren er helemaal geen werknemers. Mensen leefden samen in groepen en deden allemaal ongeveer hetzelfde: lange dagen van bessen zoeken en konijnen vangen, zodat er ’s avonds wat te eten was. Maar (veranderen zat er al vroeg in) langzamerhand diende de beschaving zich aan. Onze voorouders gingen samenleven in dorpen. Er kwamen boeren, bakkers, bouwvakkers en mijn ver-overgrootvader werd smid. Door arbeidsdeling werden we rijker en gezonder En we bleven veranderen, want later kwamen de onderwijzers, de veldwachters, de burgemeesters en wat al niet meer. Door deze arbeidsdeling werden we rijker en gezonder, en we hoefden minder te ploeteren. De veranderingen zetten door, het leven werd steeds comfortabeler, en er kwamen uiteindelijk lopende banden met werknemers die alleen de spreekwoordelijke schroefjes aandraaiden. In 1930 voorspelde de econoom Keynes dat we rond de eeuwwisseling nog maar 15 uur zouden werken, zo efficiënt zouden we dan zijn. Maar dat is nooit gebeurd. De zaterdag werd in de jaren 60 een vrije dag, maar daar bleef het dan ook bij. De veranderingen zijn gestokt door de bullshit jobs Waarom zijn de veranderingen gestokt? Volgens antropoloog David Graeber, die er zelfs een boek over schreef, omdat we werk zijn gaan bedenken waar niemand iets aan heeft. Hij noemt dat bullshit jobs. Graeber zelf heeft het over de financiële sector, consultants, PR-functionarissen, en dergelijke. Het mooie van het begrip bullshit jobs is dat iedereen er zijn eigen invulling aan kan geven. Zo denk ik aan parkeerwachters en telemarketeers. Anderen denken aan managers in het algemeen. Kwade tongen zouden misschien ook de antropologen tot de bullshit jobbers rekenen. En, u voelt ‘m natuurlijk al aankomen, wij arbo-adviseurs staan ook hoog in de rangen van potentiële bullshitters. Bureaucraten immers die zelf geen vuile handen maken, maar alles beter weten en moeilijker maken. Dorpen om het samen een beetje leuk en comfortabel te houden Genoeg munitie dus voor een stevig potje gemopper en afgunst. Maar ik zou liever toch nog maar even terug willen naar de basis. De arbeidsdeling begon met de dorpen. Het doel was vooral om het samen een beetje leuk en comfortabel te houden. Iedereen had een baantje, de letterlijk gekke Henkie mocht het dorpsplein aanvegen en het niet bestaande verkeer regelen. Vragen over efficiency en toegevoegde waarde waren er niet, we moesten het als dorpsbewoners samen rooien. Sommige banen hebben meer toegevoegde waarde dan andere Misschien moeten we er maar zo tegenaan kijken. Sommige banen hebben meer toegevoegde waarde dan andere, maar als iedereen een beetje bezig is en we verder rijk en gezond zijn, dan laten we het zo. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland slechts 5% van de mensen ernstig twijfelt aan het nut van zijn werk. Dat vind ik een mooie uitslag. Blijft het puntje van de arbeidstijdverkorting die Keynes voorspeld had. De eeuwenlange verbeteringen zijn blijven hangen op een 40-urige werkweek met een kortere gedoogvariant voor vrouwen. Misschien moeten we daar eens zo’n veranderkundige naar laten kijken. Of eh … Tjabe Smid | emeritus bijzonder hoogleraar arbeidsomstandigheden
arbo online
05-03-2018 06:35