Kan een werknemer na bedenktijd onder een vaststellingsovereenkomst uitkomen?

Een werknemer wil na het verstrijken van de bedenktijd alsnog onder een vaststellingsovereenkomst uit. Hij doet een beroep op een wilsgebrek en op dwaling. Wat vindt de rechter daarvan? Wat eraan voorafging Een werknemer wordt op 28 augustus 2017 op staande voet ontslagen wegens grensoverschrijdend gedrag. Hij krijgt zijn ontslag aangezegd tijdens een gesprek dat na de afronding van het onderzoek naar de gebeurtenissen plaatsvindt. Tijdens dit gesprek krijgt hij ook de mogelijkheid om zijn dienstverband via een vaststellingsovereenkomst te laten eindigen per 1 december 2017. De vaststellingsovereenkomst wordt hem ter plekke uitgereikt. Op 31 augustus 2017 tekent hij de vaststellingsovereenkomst. Op 4 september laat de werkgever nog per brief weten dat na afloop van de bedenktermijn die in de overeenkomst is opgenomen, het ontslag op staande voet wordt ingetrokken en dat de vaststellingsovereenkomst neutraal is opgesteld zodat de WW-risico’s zoveel mogelijk worden beperkt. Op 20 oktober laat de gemachtigde van de werknemer weten dat hij zich beroept op vernietigbaarheid van de beëindigingsovereenkomst, en verzoekt om doorbetaling van het loon. Uiteindelijk komt de zaak voor de rechter. Hoe het afloopt De werknemer vraagt om loondoorbetaling en toelating tot zijn werk. Hij zegt dat bij hem de wil om de arbeidsovereenkomst te beëindigen ontbrak. Hij stond onder ernstige druk toen hij de vaststellingsovereenkomst tekende. De rechter oordeelt dat de werknemer niet voldoende heeft onderbouwd dat zijn wil niet op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst was gericht. Hij heeft tijdens de rechtszaak nog verklaard dat hij het er met zijn vrouw over had gehad en dat het hen de beste optie leek. Vervolgens heeft hij de vaststellingsovereenkomst getekend en de bedenktijd laten verstrijken. De werknemer beroept zich subsidiair nog op dwaling. Hij zegt dat hij in de veronderstelling was dat het ontslag op staande voet onaantastbaar was. Maar de werkgever stelt daar tegenover dat de werknemer is verteld dat hij kon procederen over het ontslag op staande voet. Verder heeft de werknemer erkend dat de werkgever hem heeft geïnformeerd over de WW-risico’s van het ontslag op staande voet, over de bedenktijd en over de mogelijkheid om juridisch advies in te winnen; dat waar de bedenktijd onder meer voor bedoeld is. De rechter wijst alle vorderingen van de werknemer af. In de praktijk De werknemer heeft bij een vaststellingsovereenkomst op grond van de wet een bedenktijd van drie weken. Als de bedenktijd in de vaststellingsovereenkomst is opgenomen, is dat twee weken. Hij kan zich dan op de overeenkomst terug komen en de overeenkomst laten vernietigen. Na het verstrijken van de bedenktijd is er nog een mogelijkheid om onder de overeenkomst uit te komen: een beroep te doen op dwaling. Maar daar zal een rechter niet snel in meegaan, zeker niet als de werknemer zich ook nog juridisch heeft laten bijstaan. Meer lezen over deze uitspraak? In XpertHR de HR Antwoordbank vind je meer informatie over deze zaak >>>JurisprudentieDit artikel komt tot  stand in samenwerking met XpertHR de HR Antwoordbank. XpertHR biedt arbeidsrechtelijke informatie, juridisch advies, praktische tools, praktijkcases, checklists en meer. Geïnteresseerd? Meer informatie of een online demonstratie >>> Het bericht Kan een werknemer na bedenktijd onder een vaststellingsovereenkomst uitkomen? verscheen eerst op XpertHR Actueel.
xperthr
02-03-2018 12:50